Constellation I – Lyra: Luc Coeckelberghs

Lueurs Verticales

Zou het kunnen dat de schilderkunst van Luc Coeckelberghs een daad van verzet is, zij het stil en bescheiden, tegen het barbarendom dat vervaarlijk oprukt in de hele samenleving, zeker ook in de cultuur?  Het is de Italiaanse auteur Alessandro Baricco die jaren geleden al daarover aan de alarmbel trok in zijn spraakmakende boek “I Barbari. Saggio sulla mutazione” (essay over de verandering). De barbaren ontwikkelen zich volgens hem stelselmatig horizontaal waarmee hij bedoelt dat ze dol zijn op alles wat snel gaat, aan de oppervlakte blijft en makkelijk te behappen is; internet en sociale media zijn dan ook hun speerpunten. Daar tegenover plaatst Baricco de verticaliteit die altijd het kenmerk van de ware cultuur is geweest, maar steeds meer onder druk komt te staan; verticaliteit betekent voor hem diepgang, tijdruimte, geduld, vakmanschap. Laat dat nu precies de karakteristieken van de kunstbeoefening van Luc Coeckelberghs zijn. Hij is een metgezel van Baricco.

Het is dus geen toeval dat in zijn schilderijen, zeker de jongste jaren, de verticale beweging uitdrukkelijk aanwezig is. Fragiele stroken van kleur glijden opwaarts over een witte ondergrond. Het lijkt of er dan nog een witte sluier overheen gaat zodat alle bijkomstigheden voor onze ogen worden uitgewist en alleen de essentie overblijft. Daardoor opent zich in het picturale veld, achter de stroken, voor de aandachtige waarnemer, een mentale ruimte die onbepaald en eindeloos is. Dat is de ruimte waarin de kunstenaar ook zelf graag vertoeft en ons minzaam verzoekt mee binnen te treden. Het formaat van  de schilderijen benadrukt die uitnodiging. Ze zijn twee meter hoog en vertrekken van net boven de vloer. Zo vormen ze als het ware een toegangsdeur die aan de toeschouwer de kans geeft om vanuit zijn fysieke ervaring de overstap naar een meditatieve beleving te maken. Het werk van Coeckelberghs wordt soms met minimalisme in verband gebracht, ten onrechte. Weliswaar hebben ze de intentie van vereenvoudiging gemeen. Maar minimalisme is meer cerebraal terwijl zijn kunst een visuele aantrekkingskracht uitoefent en verleidt tot aanraken en deelgenoot worden.

Er is tijd nodig is om in een schilderij van Coeckelberghs door te dringen. Elk van zijn werken heeft diepgang, niet alleen geestelijk maar ook materieel. Het geestelijk aspect komt voort uit de subtiele en persoonlijke manier waarop hij met de materie omgaat. Geduldig legt hij fijne lagen van verdunde acrylverf over elkaar. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor bepaalde kleuren: blauw, paars, rood, groen, en, verrassend, zilver. Iedere laag wordt zorgvuldig geglaceerd. De kleurtinten vermengen zich beetje bij beetje met elkaar en met wit, tot ze een verzadigingspunt bereiken. Is dat het moment waarop de materie ophoudt te evolueren en lijkt te verdampen?  Soms heeft de kunstenaar meer dan twintig lagen nodig om dat magische punt te bereiken. Een dergelijk schilderij is dan ook een werk van lange duur, een soort van monnikenarbeid. 

De gelaagdheid maakt het schilderij echter niet zwaar, integendeel. Het doet heel transparant aan, er straalt licht doorheen. Dat creëert een sfeer die sacraal aandoet, het is het licht zoals het binnenvalt in een kerkruimte. Niet het uitbundig licht van de gotiek, maar het zuiniger licht van de romaanse abdijkerk dat de ogen streelt en tot bezinning aanzet. De kunstenaar heeft trouwens in zijn loopbaan ook op andere dan louter schilderkunstige manieren met licht gewerkt. Bijvoorbeeld heeft hij ooit in het Flagey gebouw in Brussel twee muren en een vloer gebouwd met suikerklontjes die het daglicht lieten tintelen in hun kristallen, wat een uitgesproken immaterieel resultaat opleverde. De binnenkant van een grote container heeft hij, door middel van computersturing en led-licht, ingevuld met een oneindig aantal kleurvariaties die de naam ‘licht-schilderijen’ verdienen. Coeckelberghs is nooit bang geweest van onderzoeken en experimenteren om met andere dan de traditionele schilderkunstige materialen en vormen nieuwe beeldende mogelijkheden te ontdekken. Maar, wat hij ook maakt, met verf en penseel, met licht of andere media, het was en is altijd zuiver en totaal abstract, zonder de minste toegeving. 

De kunstenaar heeft geen inspiratie nodig vanuit het eigen gevoel, of uit omgevingselementen zoals natuur of landschap. De abstractie komt uitsluitend en alleen voort uit het fenomeen schilderkunst en de daarbij horende materiële mogelijkheden. Het resultaat is een beeld dat het schilderen in zijn essentie manifesteert. Hij zoekt onmiddellijk naar oplossingen om het te overstijgen.

Al in 1978, toen hij nog maar kort afgestudeerd was en met een studiebeurs in Rome verbleef, schreef hij een manifest waarin hij onderstreepte dat schilderen voor hem onlosmakelijk verbonden was met ruimtebesef: “Door mijn werk probeer ik een fysieke ervaring van ruimte te intensiveren. Deze fysieke ervaring gaat gepaard met een mentale ervaring, een mentale ruimte”. Hij heeft in zijn oeuvre op veel verschillende manieren vorm gegeven aan een relatie met ruimte. Meermaals heeft hij de gelegenheid gehad om, binnen in een zaal of buiten in een landschap, een grote picturale installatie te realiseren, helemaal aangepast aan de context. Zijn specifieke aanpak bestond erin de onmetelijke ruimte te vermenselijken door er reeksen van kleine, gekleurde objecten in te plaatsen. De ruimte werd in die installaties telkens de drager van het beeld, net zoals een doek er de drager van is bij een schilderij. Hij heeft ook met sculpturen geëxperimenteerd, ook in dat geval vanuit een schilderkunstige benadering; houten constructies bedekte hij met gescheurde vellen asfalt. De vraag waar hij al zo lang mee worstelt is dan ook hoe het tweedimensionale een echte fusie kan aangaan met het driedimensionale, anders gezegd, hoe hij met picturale elementen zoals schilderdoeken ten volle ruimtelijk kan werken. Daarom heeft hij, onder meer, schilderijen met elkaar gecombineerd  tot een soort bas-reliëfs en schilderijen aan mekaar bevestigd tot sculpturen. Bijvoorbeeld toen hij vijftien levensgrote schilderijen rechtop en in diverse richtingen in een zaal plaatste, waardoor hun ruwe achterkant werd opgewaardeerd tot hetzelfde niveau als hun beschilderde voorzijde. 

Als men op basis van de relatie schilderkunst-ruimte een overzicht van zijn opeenvolgende tentoonstellingen zou maken, zou men een slingerbeweging zien van schilderij en tekening over object naar installatie en weer het hele eind terug. De jongste jaren ligt zijn focus opnieuw op onderzoek van het platte vlak als dusdanig, in de vorm van verticale gestes op grote doeken. Maar ook dat heeft een uitwerking op de omringende ruimte. De stille aanwezigheid van verscheidene, met elkaar verwante schilderijen en het licht dat ervan uitgaat, hun zachte “lueurs”, brengen een intieme en serene stemming teweeg.

Etienne Van den Bergh, 2023

Constellation I – Lyra

September 12th – September 27th
Handelsmuseum, Coquilhatstraat 16, 2000 Antwerp

Discover more about the other participating artists:

Ben Van den Broeck
Bernard Villers
Deveny Faruque
Doi Collective
Elise Brichot
Eva Pel
Lily van der Stokker
Luc Coeckelbergs
Niels Poiz
Zanne Jeghers
Zena Van den Block